Grommen  (door Thomas Verbogt)

Tot ver in december treden zangeres Beatrice van der Poel en ik op in meestal kleine theaters overal in het land – ik zing niet. Het betekent onder meer dat we vaak in de file staan, want we gaan halverwege de middag op pad. En dan doet zich onderweg bijna altijd die vreemde honger voor. Ik noem het vreemde honger want we willen dan graag vies eten kopen in tankstations. Het aanbod neemt op die plekken trouwens toe in kwaliteit, maar soms stuit je op adembenemende taferelen die onweerstaanbaar zijn. Paar dagen geleden in een tankstation in de buurt van de grens tussen Brabant en Zeeland: kroketten die op een hete plaat liggen. Ze zijn al een beetje van vorm veranderd en een maakt de indruk dadelijk van de plaat weg te kuieren. B vraagt aan het meisje dat dienst heeft hoe lang de kroketten hier al liggen. We verstaan `drie uur’ en grommen zacht instemmend. Maar het blijkt vanaf drie uur te zijn. Het is iets over vieren. Het meisje zegt: “Zal ik verse kroketten voor jullie maken.” Ze spreekt `verse kroketten’ hoogst smakelijk uit. Even bestaat er niets aantrekkelijker dan verse kroketten. Het is koud in het tankstation, buiten is alles grauw, ons wacht zo een nieuwe file.

Het meisje zegt: “Duurt minuut of tien. Krijgen jullie nu een bakkie koffie van me.” We worden vrienden voor het leven. B stelt voor een zak winegums te kopen voor als we weer rijden. Uitstekende compositie: koffie, kroketten en winegums toe. Nog een dik uur en dan zijn we in een dorp in de buurt van Middelburg. Ik vraag B waar we morgen ook alweer moeten zijn.

“Landgraaf. En naast het theater is een Chinees.”

“Een Chinees!” juich ik. “Loempia’s!”

Het meisje zegt dat de kroketten bijna klaar zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *